Goud

Goud wordt al lange tijd gezien als iets waardevols. Al sinds de 26e eeuw voor onze jaartelling werd goud gebruikt als betaalmiddel in de vorm van munten, tegenwoordig wordt goud vooral gebruikt voor het vervaardigen van juwelen.

Goud, ook wel de koning der metalen genoemd, is een dicht maar zacht edelmetaal. 100% puur goud is te zacht om te worden verwerkt tot een product en moet daarom eerst worden gemengd met andere materialen om het harder te maken. Deze toevoegingen zijn nodig om er bijvoorbeeld een sieraad van de kunnen maken en zorgen er ook voor dat het juweel langer meegaat.

Een toevoeging van een bepaald soort ander metaal kan ook van invloed zijn op de kleur van het goud. Roodgoud (roségoud) is het resultaat van de combinatie tussen goud en koper en witgoud, het dankt zijn kleur aan de samenstelling van goud en nikkel, zilver of palladium. Omdat het goud, ondanks de toevoeging van een ander soort metaal toch vaak een licht gele gloed behoudt, wordt het soms behandeld met Rhodium. Dit werkt eigenlijk hetzelfde als verzilveren of vergulden (het dun aanbrengen van een laagje), maar dan met het witte edelmetaal Rhodium en op een gouden sieraad. De kleur en glans van het juweel worden door dit “Rhodineren” intenser.


De zuiverheid van goud wordt uitgedrukt in karaat (caraat, crt. krt). 100% zuiver goud is 24 karaat maar komt door zijn slechte bewerkbaarheid en zachtheid dus nauwelijks voor in juwelen. Veel voorkomende zuiverheidsgraden in Nederland zijn; 14 karaat (58,3%), 18 karaat (75%) en 22 karaat (91,7%).

In Nederland is het verplicht om gouden voorwerpen te laten keuren en te voorzien van een stempel waaraan men kan aflezen wat het gehalte van het goud is. Hieraan kan men ook meteen zien of het daadwerkelijk om een gouden artikel gaat. De aanduiding 585 staat voor 14 karaat goud, 750 voor 18 karaat goud en 916 voor 22 karaat goud. Soms zijn de stempels echter zo klein dat er een loep voor nodig is om ze te kunnen zien.